Een btw-aangifte is vooral een samenvatting van je administratie. Als verkoopfacturen, inkopen en bijzondere transacties goed zijn verwerkt, hoef je aan het einde van het kwartaal niet opnieuw uit te zoeken wat er is gebeurd.
Dit artikel gaat daarom over het uitvoeringsproces: van een bijgewerkte administratie naar een ingediende btw-aangifte. Voor fouten, suppleties en uitgebreide controlepunten is er daarnaast een apart artikel over het controleren en corrigeren van btw-aangiftes.
Wanneer doe je kwartaalaangifte?
Als de Belastingdienst je heeft ingedeeld voor kwartaalaangifte, moet de aangifte én de betaling uiterlijk één maand na afloop van het kwartaal binnen zijn.
| Tijdvak |
Uiterste datum |
| januari t/m maart |
30 april |
| april t/m juni |
31 juli |
| juli t/m september |
31 oktober |
| oktober t/m december |
31 januari van het volgende jaar |
Valt een uiterste datum anders door officiële regels of omstandigheden, volg dan altijd de datum die in Mijn Belastingdienst Zakelijk bij jouw aangifte staat.
Ook zonder omzet kan er een aangifteverplichting bestaan. Staat een btw-aangifte voor je klaar, laat die dan niet liggen omdat je niets hebt gefactureerd.
Stap 1: sluit je verkoopadministratie af
Controleer of alle uitgereikte facturen van het tijdvak zijn verwerkt. Kijk daarbij naar de datum die voor jouw btw-stelsel bepalend is.
Maak vervolgens onderscheid tussen:
- omzet belast met 21% btw;
- omzet belast met 9% btw;
- omzet waarop het 0%-tarief van toepassing is;
- vrijgestelde omzet;
- omzet waarbij btw is verlegd;
- leveringen of diensten binnen de EU;
- prestaties buiten Nederland waarvoor afwijkende regels gelden.
Zet btw-verlegging niet automatisch in dezelfde categorie als het 0%-tarief. Bij verlegging stuur je in veel situaties een factuur zonder btw met de vermelding "btw verlegd". Dat is fiscaal iets anders dan een prestatie waarop daadwerkelijk het 0%-tarief van toepassing is.
Stap 2: controleer je inkoopadministratie
Verzamel de btw op zakelijke inkopen die je als voorbelasting wilt aftrekken. Controleer of je voor die aftrek over een geschikt bewijsstuk beschikt en of de kosten voor btw-belaste bedrijfsactiviteiten zijn gemaakt.
Wees extra alert bij:
- privégebruik of gemengd gebruik;
- horeca;
- relatiegeschenken en personeelsvoorzieningen;
- auto's;
- vrijgestelde activiteiten;
- buitenlandse leveranciers.
Bij een buitenlandse leverancier kan btw naar jou zijn verlegd. Dan verwerk je niet simpelweg "geen btw", maar geef je de relevante grondslag en zelf berekende btw op in de daarvoor bestemde rubrieken. Voor zover je recht op aftrek hebt, kan die btw vervolgens ook als voorbelasting terugkomen.
Stap 3: ken de functie van de rubrieken
De exacte invulling hangt af van je transacties, maar de hoofdlijnen zijn:
Rubriek 1 – prestaties in Nederland en binnenlandse situaties, uitgesplitst naar tarief of bijzondere behandeling.
Rubriek 2 – bepaalde binnenlandse verleggingsregelingen waarbij btw naar jou is verlegd.
Rubriek 3 – prestaties naar het buitenland, waaronder bepaalde leveringen en diensten binnen de EU.
Rubriek 4 – prestaties vanuit het buitenland aan jou, waaronder bepaalde inkopen uit andere EU-landen en niet-EU-landen.
Rubriek 5 – berekening van het totaal, waaronder aftrekbare voorbelasting.
Gebruik de toelichting bij de actuele aangifte als je een transactie niet direct kunt plaatsen. Vooral bij internationale prestaties bestaan uitzonderingen.
Stap 4: controleer aansluitingen
Voor je indient, moeten drie totalen logisch op elkaar aansluiten:
- je verkoopadministratie;
- je btw-aangifte;
- je grootboek- of bankadministratie.
Dat betekent niet dat omzet altijd gelijk is aan geld dat in hetzelfde kwartaal op de bank is binnengekomen. Bij het factuurstelsel kan een factuur al in de aangifte vallen voordat de klant heeft betaald.
Controleer vooral of alle uitgereikte facturen één keer zijn meegenomen en of creditfacturen in het juiste tijdvak zijn verwerkt.
Stap 5: kijk afzonderlijk naar EU-transacties
Heb je diensten verricht aan ondernemers in andere EU-landen, dan wordt de btw vaak naar de afnemer verlegd. Je stuurt dan doorgaans een factuur zonder btw met "btw verlegd", controleert het btw-identificatienummer en neemt de transactie op in de btw-aangifte en – als dat van toepassing is – in de ICP-opgaaf.
Lever je goederen aan een ondernemer in een ander EU-land, dan kan bij een intracommunautaire levering onder voorwaarden juist het 0%-tarief gelden.
Dit onderscheid voorkomt één van de meest gemaakte fouten in internationale btw.
Stap 6: reserveer de betaling
De btw die een klant aan jou betaalt is niet hetzelfde als je winst. Maak daarom gedurende het kwartaal al een reservering.
Een eenvoudige methode:
- registreer bij iedere ontvangen betaling welk deel btw is;
- zet dat bedrag op een aparte spaar- of reserveringsrekening;
- trek daar niet tussentijds bedrijfskosten van af;
- vergelijk de reserve vlak voor de aangifte met het verwachte saldo.
Je betaalt uiteindelijk niet simpelweg alle ontvangen btw, omdat aftrekbare voorbelasting en andere posten het saldo beïnvloeden. De reserve voorkomt vooral dat het geld ongemerkt onderdeel van je dagelijkse liquiditeit wordt.
Wat als je gebruikmaakt van de KOR?
Bij deelname aan de kleineondernemersregeling bereken je geen btw aan klanten en trek je btw op zakelijke kosten niet af. In veel gevallen doe je geen reguliere btw-aangifte meer, al kunnen uitzonderingssituaties tot incidentele aangifte leiden.
Blijf aangifte doen zolang er in Mijn Belastingdienst Zakelijk aangiftes voor je klaarstaan en je definitieve ingangsdatum van de KOR nog niet is bevestigd.
Vlak vóór verzending: zeven vragen
- Heb ik alle verkoopfacturen van het tijdvak verwerkt?
- Zijn creditfacturen meegenomen?
- Heb ik omzet per btw-behandeling correct gesplitst?
- Is mijn voorbelasting onderbouwd?
- Zijn buitenlandse transacties apart beoordeeld?
- Sluit de aangifte aan op mijn administratie?
- Staat het geld voor een eventuele betaling klaar?
Pas daarna verzend je de aangifte.
Een fout ontdekt na verzending?
Een ingediende btw-aangifte kun je niet simpelweg nogmaals indienen als vervanging. Voor correcties gelden aparte regels. Bij een correctie van maximaal € 1.000 kun je het bedrag in veel gevallen in de eerstvolgende btw-aangifte verwerken. Bij een correctie van meer dan € 1.000 gebruik je de Suppletie btw en moet je na ontdekking tijdig handelen.
Lees daarvoor het aparte artikel Btw-aangifte controleren en corrigeren.